Speed '74

Gentleman Jim, the Flying Scot

Introductie:
James Clark jr. OBE {1936 -1968}, meer bekend als Jim Clark,  was een zeer talentvolle Schotse autocoureur die in de zestiger jaren wereldwijd bijzonder veel furore maakte.

Jimmy werd geboren in een boerengezin en was het vijfde kind (de enige zoon), beoogd om vader James sr. op te volgen als houder van drie vrij grote boerderijen met landgoed. Als jongeman van 18 jaar kwam Jimmy in contact met bevriende leeftijdsgenoten die lid waren van een lokale ‘young farmers’ autosport clubje die aan puzzelritten en rallies deden. Jim was meteen geïnteresseerd en sloot zich daarbij aan, tot zeer grote afkeuring van zijn ouders.

Natuurtalent:
Zo begon zich in de 2e helft van de vijftiger jaren iets bij Jim te ontwikkelen, wat razend snel als een natuurtalent voor de racerij werd beoordeeld. In welke discipline of met welke auto Jim ook startte, hij was doorgaans de snelste en wist als jonge, relatief onervaren coureur vele, reeds gevestigde snelle mannen voor te blijven en te verslaan. Jim, inmiddels lid van het Schotse Border Reivers Racing Team, was de eerste Brit die een circuit ronde gemiddelde van boven de 100 mijl per uur wist te vestigen.

Maar Jim was onzeker van karakter en toen hij tot overmaat van ramp in 1958 als deelnemer getuige was van het dodelijke ongeluk van zijn populaire landgenoot Archie Scott-Brown, op het snelle en toen razend gevaarlijke circuit van Spa-Francorchamps; was hij dermate geschokt dat hij overwoog te stoppen met autosport. Onder zachte druk van zijn vriend Ian Scott-Watson die zijn talent goed had ingeschat besloot Jim toch verder te gaan. In hetzelfde jaar trof hij Colin Chapman, de baas van Lotus, in een race op Brands Hatch; beiden reden met een Lotus Elite. En als een lastige achterblijver niet in de weg had gereden en hem niet van de baan had gedrukt, had Jim Clark die Chapman ronduit verslagen.  In 1959 finishte hij als 10e op Le Mans met dezelfde Lotus Elite, een kleine sportwagen van slechts 1200 c.c.

Chapman was dermate onder de indruk van het talent dat hij Jim de gelegenheid bood om toe te treden tot Team Lotus, en vanaf 1960 begon Jim Clark in de formule junior (later de F3), een opstap monoposto klasse met motoren van 1000 c.c., en was nagenoeg onverslaanbaar. Zodoende  promoveerde J.C. datzelfde jaar al naar de F1 waarbij hij in zijn 5e race reeds een podium plaats haalde. Tijdens de 24 uur van Le Mans van 1960 finishte hij met Roy Salvadori als 3e in een ‘bejaarde’ ex-fabrieks Aston Martin; wederom een resultaat van formaat.  Op Brands Hatch won hij dat jaar ook nog een F2 race.

Meer ervaring en wereldkampioen:
Het jaar 1961 was een voortzetting van de ingeslagen weg en Jim groeide in ervaring. Twee podiums in het wereldkampioenschap F1 en vier overwinningen in F1 races die niet meetelden voor de wereld titel.

In die zestiger jaren was het heel normaal dat coureurs naast hun F1 verplichtingen ook startten in allerlei andere klassen zoals: F2, F junior, toerwagens, sportscars en GT’s. Het maakte niet uit, een weekend bestond vaak uit 4 verschillende races, naast de F1. En Jim lukte het regelmatig om ze allemaal te winnen.

Ware het niet dat een defect aan een olieleiding roet in het eten gooide tijdens de laatste GP van 1962, anders had Jim zijn eerste wereldtitel dat jaar al binnengesleept. Nu moest hij, met 3 overwinningen op zak, Graham Hill voor zich laten. Maar in 1963 kwam dan de overweldigende doorbraak, Jim won 7 van de 10 GP’s waarin hij startte en stond in totaal 9 keer op het podium, mede dankzij de zeer snelle en revolutionaire Lotus 25.



Jim’s andere grote prestatie dat jaar was de 2e plaats die hij als rookie behaalde tijdens de Indy 500. Als nieuwkomer op die baan was hij van meet af aan een kanshebber en als de Amerikanen het eerlijk gespeeld hadden, had hij de race gewonnen.     
N.B.  de winnaar, Parnelli Jones,  lekte olie en had de zwarte vlag moeten krijgen. Maar het werd de Amerikanen iets te gortig om een Europese race auto met de motor achterin de traditionele dikke front engined  roadsters te zien verslaan. Chapman kon protesteren wat hij wilde maar de zwarte vlag kwam niet.        

Velen zullen zich waarschijnlijk foto’s voor de geest kunnen halen van Clark in een Ford Lotus Cortina, een auto die hij totaal beheerste en waarmee hij met meesterlijk bochtenwerk, vaak op twee of drie wielen balancerend, ook nog eens de toerwagen titel binnensleepte. Voor Jim was geen uitdaging te veel. Op de circuits was hij heer en meester.

Persoonlijkheid:
Buiten de circuits was hij een bescheiden, twijfelende nagelbijter die maar moeizaam tot een keuze of beslissing kon komen. Jim had in het dagelijkse leven een gesloten karakter en schuwde de publiciteit. Het liefst was hij na het racen op het landgoed van zijn ouders en hoedde hij als tijdverdrijf de schapen. Vanwege de krankzinnige belasting tarieven die veel verdieners in Groot Brittannië moesten betalen, week Jim uit naar Parijs waar hij in een soort fiscaal ballingschap verbleef. Jim is nooit getrouwd geweest maar had wel een langdurige relatie met fotomodel Sally Stokes, die later trouwde met de Nederlandse coureur Ed Swart. Jim, de twijfelaar, durfde het huwelijk niet aan zolang hij racete. Mede landgenoot Jackie Stewart vertelde de waargebeurde anekdote dat hij met Clark in de auto zat en dat Jim bij elk kruispunt of overweg stopte en twijfelend aan Jackie vroeg of het wel verstandig was om over te steken. En dat voor een man die op de circuits het ene na het andere record vestigde, echter wel als de super sportieve “gentleman Jim”.

Na 1963:
Typerend voor Chapman en Lotus was dat men een winnende wagen niet met rust kon laten. De oppermachtige Lotus 25 werd voor het seizoen 1964 verder ontwikkeld als Lotus 33 maar dat ging gepaard met veel technische troubles. Jim won ‘slechts’ drie Grand Prix en eindigde als derde. Op Indianapolis won hij de pole position, maar viel uit.

Belust op wraak keerde hij in 1965 terug op Indianapolis met de geweldige Lotus 38 Ford. Jim won de race op zijn sloffen met twee ronden voorsprong op het hele veld.  In datzelfde jaar haalde Jim zijn 2e F1 wereldtitel met zes overwinningen uit 9 races. Clark was op de top van zijn kunnen.           

In 1966 kwam een terugval, Lotus had geen competatieve motoren en Jim moest genoegen nemen met slechts 1 overwinning en een zesde plaats in de eindrangschikking. Op Indy haalde hij een betwiste 2e plaats achter Graham Hill.                                                                              N.B. Clark was er van overtuigd dat hij de race weer gewonnen had, maar toen hij in victory lane aankwam werd hij weggestuurd en kreeg Graham Hill de bokaal. Vanwege een grote crash aan het begin van de race was de rondentelling kennelijk in de war geraakt. Lotus meende de 1e plaats te hebben, de wedstrijdleiding zag dat anders.

Alles veranderde halverwege 1967 toen de befaamde Ford DFV V8 motor het levenslicht zag. Op initiatief van Chapman werd deze motor met veel geld van Ford door Cosworth ontwikkeld, en was een winnaar vanaf de allereerste race (GP van Zandvoort 1967). Zou deze motor vanaf het begin van het seizoen beschikbaar zijn geweest, dan zou Clark zeker zijn 3e wereldtitel hebben behaald.

De ontknoping:
Alle ogen waren gericht op 1968, de Ford Cosworth motor zou naar verwachting domineren. De eerste GP van dat jaar, Zuid Afrika, was het meteen raak, Clark won met overmacht. Zijn 25e GP overwinning waarmee hij het bestaande record van de grote Fangio evenaarde.

Het was tevens zijn laatste. Ik herinner me het nog levendig. Het was zondagmiddag 7 april 1968, ik was buiten op straat voor ons huis met vrienden aan het praten, toen mijn moeder op het raam tikte en me naar binnenhaalde. Daar vertelde ze me dat ze zojuist op de radio had gehoord dat Jim Clark om het leven was gekomen tijdens een race in Duitsland. Ik was er kapot van, Jim Clark was, en is nog steeds mijn enige F1 held, de tijd stond even stil.

De achterliggende omstandigheden van de dood van Jim Clark zijn bizar. Aanvankelijk zou Jim samen met Graham Hill op die dag als ‘ster duo’ deelnemen aan een enduro race op Brands Hatch, de BOAC 1000 km. Daar zouden ze de nieuwste Alan Mann Ford F3L debuteren, voorzien van een Ford Cosworth DFV motor. Die motor was eigendom van Lotus en Chapman was er falikant op tegen dat zijn motor, die niet geschikt was voor lange afstandsraces, onder druk van Ford moest worden uitgeleend aan Alan Mann. De motor zou dat niet overleven. Chapman reageerde daarop met het terugtrekken van Clark en Hill. Zijn motief was dat  Lotus contractueel op Firestone banden reed en Alan Mann op Good Year.  In plaats daarvan schreef Chapman beide coureurs in voor een totaal onbelangrijke F2 race op het circuit van Hockenheim. Die race, verreden in de regen, werd Jim fataal, door een langzaam aflopende achterband vloog hij van de baan en ramde tegen een boom, er waren geen vangrails. Jim was op slag dood, en de wereld van de autosport was in shock.  

De nasleep:
Het bericht over de dood van Jim Clark bereikte Colin Chapman op zijn vakantie adres in Zwitserland. Wat er op dat moment door zijn hoofd schoot moet een mengeling zijn geweest van totale radeloosheid en spijt dat hij zijn team naar Hockenheim had laten gaan. Hij reisde onmiddellijk af naar de plaats des onheils. De chef monteur van Jim Clark, Dave Sims, was in een absolute shock toestand, en begon zich van alles te verwijten.

Het is aan Graham Hill te danken dat het team weer op de rails kwam. Hij zorgde voor de identificatie van het lichaam en de berging van het wrak. De monteurs werden weer aan de praat gekregen en Colin Chapman werd opgevangen en weggehouden van de monteurs, waar hij anders compleet op los zou zijn gegaan.

Team Lotus heeft het wrak door vliegtuig crash specialisten laten onderzoeken, de bevindingen wezen uit dat er niets van de auto was afgebroken vóór de crash. Volgens het rapport was het een banden probleem die de ellende had veroorzaakt.

Graham Hill werd in het rampjaar 1968 wereldkampioen F1 met de Lotus 49 DFV , een groter eerbetoon aan zijn team en Jim Clark kun je je niet voorstellen. Colin Chapman is nooit over de dood van Clark heengekomen. Op zijn bureau stond een foto van Jim, hij wees er naar en zei met een brok in zijn keel: “He was something special”………………….

Tot slot:
De palmares van Jim Clark die hij in korte tijd vergaarde zijn indrukwekkend:

2 x wereldkampioen F1 -> 1963 en 1965, 1 x tweede -> 1962 en 2 x derde -> 1964 en 1967 .         
3 x winnaar van de Tasman series -> 1965, 1967 en 1968, 1 x derde -> 1966.                                               
1 x winnaar op Indy -> 1965 en 2 x tweede -> 1963 en 1966 en pole position in 1964.                                    
25 GP overwinningen, en 19 x winst in non-championship F1 races.

Toerwagen kampioen alsmede ereplaatsen op Le Mans en overwinningen in vele andere disciplines.

Jim Clark en Classic Slotracen:
Voor het classic slotracen bestaan nogal wat Lotus modellen waar Jim mee gereden heeft, ik noem er een aantal (niet uitputtend) hieronder:

Lotus 23: Revell.                                                                  
Lotus 25: Revell. (Revell noemde het foutief een Lotus Ford, de 25 had een Climax motor)          
Lotus 29: Strombecker.                                                                         
Lotus 38: Monogram, Scalextric, Doyusha en Strombecker.                                                                             
Lotus 30 en Lotus 40: K & B, Strombecker, Cox, Atlas en Tamiya.    

In de bouwdozen sfeer is ook het een en ander geproduceerd:                                                                                                

Lotus 29: AMT, IMC, MPC, Frog en Kogure.                      
Lotus 38: Testors, Kogure, Shimizu en IMC.                                                                                                               
Lotus 49: Heller
Lotus 56: AMT en MPC.

Jim Clark reed in zijn vroege loopbaan ook in een Jaguar D type, het 1/24 model van Merit (zonder achtervin) is daar uitstekend voor geschikt. Privé reed Jim Clark een Lotus 26 Elan, Gunze Sangyo heeft een 1/24 bouwdoos van dat model.

En dan zijn er nog legio boeken over hem verschenen. Jim Clark, de gentleman en Flying Scot is voor velen nog steeds de beste en meest sportieve coureur aller tijden. In zijn Schotse woonplaats Duns is een museum ter nagedachtenis. Ik heb dat museum in 2000 bezocht en tevens een tocht gemaakt langs allerlei gedenkplaatsen, waaronder de boerderij, zijn school en zijn graf. De mok die ik in het museum kocht heb ik nog steeds, die staat in mijn eigen speciale Jim Clark vitrine. In het gastenboek van het museum trof ik de handtekening aan van Ayrton Senna, ook hij was een groot bewonderaar van Jim Clark.

Vragen of opmerkingen? Gebruik de app! Groeten, Gerrit