Speed '74

MONOGRAM SLOT RACING

Helaas, helaas, nog steeds heeft Corona de overhand en staat het clubgebeuren alom stil. Ik vrees dat we minimaal dit eerste halfjaar nog moeten uitzitten, tenzij………. Daarom nog wat meer content voor de site om de gemoederen positief te houden. In dit verhaal komt het merk Monogram aan de orde.

INLEIDING:
Degenen die mij al wat langer kennen weten dat ik een Monogram fan ben. Dat is ontstaan doordat mijn allereerste model bouwdoosje een 1/32 Ferrari 275P van Monogram was die ik voor mijn 13e verjaardag kreeg. Dat karretje, thans bijna 56 jaar oud, heb ik nog steeds. Hoewel ik toen nog geen ervaring had met het in elkaar zetten van een bouwdoos lukte het me vrij makkelijk de relatief weinige onderdelen tot een geheel te bouwen. Ik was dermate onder de indruk, dat ik kort daarna de Ferrari 250 GTO LM, Lola GT en de Porsche 904 ook aan mijn ‘collectie’ heb toegevoegd. Het 5e model van de toenmalige 1/32 serie, de Cooper-Ford, heb ik destijds niet aangeschaft. Op de een of andere manier sprak die auto mij toen niet aan. Een vriend van mij had hem wel dus ik wist hoe hij eruit zag. Inmiddels is die Cooper-Ford een van mijn favorieten, en uiteraard in mijn bezit. Maar hoe is Monogram eigenlijk ontstaan en wat was hun bijdrage aan het slotrace gebeuren? Lees verder!

KORTE MONOGRAM HISTORIE:
Het merk Monogram hebben we te danken aan twee (inmiddels overleden) heren: Jack Besser en Robert Reder. Beiden waren van beroep ontwerper/tekenaar en ze deelden dezelfde hobby; namelijk modelbouw. Door hun spaarcenten (5.000 dollar) bij elkaar te leggen begonnen ze in 1945 met de fabricage van modelbouw kits. Dat gebeurde aanvankelijk in de kelder van het huis van Robert’s moeder. Die kits waren van balsa hout en vergden nogal wat vaardigheden om er een geslaagd resultaat van te maken. Geleidelijk begon het bedrijf te groeien en meerdere kits van schepen en vliegtuigen zagen het daglicht. De ‘wood old days’. In 1948 werd het eerste (balsa) automodel aan de productie toegevoegd. Dit was een Midjet (Midget) race auto die via een CO2 cartridge voortgestuwd kon worden. Plastic was in de ogen van Jack en Robert een speelgoed product en dat hoorde niet bij de ware kunst van de modelbouwer.  Maar geleidelijk  moesten ze deze anti plastic houding loslaten omdat de concurrentie van andere merken, zoals AMT, Aurora en Revell, die wel met plastic onderdelen op de markt kwamen, hen zodoende op andere gedachten bracht.

HET BEDRIJF GROEIT:
Circa vanaf 1953 was het plastic wat gaandeweg de overhand kreeg en balsa werd meer en meer naar de achtergrond verdrongen. Dat vroege plastic was overigens van een acetaat kwaliteit die niet kleurvast was en ook mettertijd zijn vorm niet kon vasthouden. Zonlicht deed zo’n acetaat model al gauw veel kwaad. Het latere plastic was van een stabielere poly soort.

Reder en Besser hadden een duidelijke visie over hoe een goede model kit er uit moest zien, en kwaliteit stond bij Monogram dan ook absoluut voorop. Monogram was niet de grootste modelbouw fabrikant maar verreweg de beste in afwerking en natuurgetrouwheid. Zelden kwam er een klacht of een kit retour vanwege kapotte of ontbrekende delen, de fabriekscontrole was zeer goed georganiseerd. De productie groeide en groeide en meermaals moest worden verhuisd naar een steeds groter fabrieks pand om de toenemende vraag te kunnen behappen.

Het ontwerpen en produceren van een modelbouw kit is geen kinderspel. Vele tekeningen en uit hout gesneden prototypes, die later worden omgezet naar een metalen mal gaan aan de geboorte van een kit vooraf. Dat vergt veel tijd en geld en slechts zeer bekwame vaklieden beheersen die kunst. In de zestiger jaren varieerden de investeringskosten van een mal van 40.000 tot soms 150.000 Dollar, afhankelijk van de schaal en complexiteit. Dan zie je meteen hoeveel kits je van een bepaald model moet verkopen om minimaal uit de kosten te komen en hopelijk nog winst te maken op het hele scala van kits. Bedenk daarbij dat de goedkoopste kits destijds 49 Dollar cents kostten; een ‘big scale’ kit lag rond de 10 Dollar. Op top capaciteit kon de fabriek, waar 6 x 24 uur in ploegen werd gewerkt, 75.000 kits (van allerlei soorten en schalen) per dag produceren en verpakken.

Aanvankelijk hadden schepen en vliegtuigen de overhand, maar gaandeweg werden er steeds meer automobiel onderwerpen aan de collectie toegevoegd. Een van de langstlopende en best verkochte Monogram kits is de 1/24 Kurtis Kraft Indianapolis Racer, die door de jaren heen in allerlei verpakkingen werd gepresenteerd.

Niet alles wat Monogram maakte werd een succes. De serie raket en ruimtevaart kits werd slechts beperkt populair, en nadat de eerste man op de maan was geland, was de nieuwsgierigheid meteen uitgeput. Ook schepen waren niet de best verkopende items. Zoals elke fabrikant bewoog Monogram mee met gebeurtenissen, trends en mode verschijnselen. De oorlog in Vietnam zorg voor een specifieke lijn met militaire vlieg – en voertuigen, de hot rod wereld kreeg veel aandacht en ook vele vaak uitzinnige auto ontwerpen werden op de markt geslingerd. Monogram was een bedrijf dat aanvankelijk zeer goed rendeerde en de algemene opvatting was dat je bij Monogram met plezier je werk kon doen vanwege de prettige sociale cultuur binnen het bedrijf.

MONOGRAM EN SLOTRACING:
In  het begin van zestiger jaren explodeerde in de Verenigde Staten de zogenaamde ‘slotrace rage’. Vele bestaande en ook nieuwe model fabrikanten doken als een colibrie op de honing in de slot race business. Volgens Wall Street bedroeg de omzet (aanvankelijk) meer dan 100 miljoen Dollar per jaar. In vrijwel elke (middel)grote Amerikaanse stad werden een of meerdere slotrace clubs geopend, en men moest dagen van te voren reserveren om aan de baan te kunnen komen. De meeste clubs waren commercieel opgezet en men betaalde als gebruiker een bepaald bedrag per uur om te mogen racen. Diverse overkoepelende organisaties ontstonden met het doel de racerij in competities en kampioenschappen te vatten. Deze organisaties concurreerden elkaar de tent uit om de eer van de grootste of beste te zijn. Dat was een van de eerste nagels aan de doodskist van de slot racerij.

Monogram nam aanvankelijk een afstandelijke houding tegenover deze rage maar uiteindelijk besloot men om toch in het diepe te duiken. In allerijl werd in midden 1964 een serie van twee 1/32 en zeven 1/24 slotrace kits gelanceerd. Die kits waren niets meer dan gestripte bouwdozen van bestaande modellen die weinig tot niets met echte raceauto’s van doen hadden. Daarnaast werd het geheel voorzien van een zeer basic chassis en vooral de zware 1/24 modellen waren flink underpowered vanwege  een 16d motortje van beperkte prestaties. Deze kits staan bekend als de stock-cars en moeten beschouwd worden als een industriële vorm van scratch building.  Duidelijk werd dat Monogram anderhalf jaar te laat en overhaast ingestapt was.

Met zo’n slot car als bovenomschreven maak je qua schoonheid  veel indruk maar qua snelheid  en wegligging hield het niet echt over op een racebaan. Dat deed een merk als Cox een stuk beter. Monogram liet het er niet bij zitten en eind 1964, begin 1965 werd een grondige upgrade ingezet. Vijf nieuwe 1/32 en drie 1/24 kits van echte raceautomodellen verschenen op de markt. Dit waren modellen zoals de Ferrari 275P, Cooper-Ford, Scarab en de Porsche 904. De eerste serie van 1/24 stock cars kregen een sterkere 36D motor, maar dat maakte hun belabberde wegligging alleen maar erger. Overigens de Monogram slotrace onderdelen werden onder de naam ‘Tiger Parts’ verkocht.

Gedurende 1965 werden de chassis verbeterd, en kwamen er meer modellen bij. Ook lanceerde Monogram een serie van zes thuisbaan ‘Road Race’ sets. Onder de nieuwe modellen bevonden zich auto’s zoals de 1/24 Chaparral 2A en 2D alsmede een van de meest begeerde race auto’s, de Lotus 38, Indianapolis winnaar in 1965 met Jim Clark. In de 1/32 sfeer kwamen de Ferrari 250LM, Ford GT40 en Lola T70. Wellicht de beste Monogram slot race kits waren de 1/32 Ferrari 158 en Lotus 33 GP.

Intussen veranderde de slot race markt razendsnel. In record tempo werden nieuwe producten gelanceerd, Lexan bodies en geprepareerde schuimrubber banden deden hun intrede en het was vrij nomaal dat het karretje dat je een week geleden had gekocht of gebouwd al na een paar dagen kansloos was, vanwege de snelheid van ontwikkeling. Dit was de zoveelste nagel aan de doodskist van de slot racerij.

Gaandeweg begonnen velen af te haken, het was niet meer bij te houden. De ene week waren de rode banden de beste, een week later waren het de blauwe banden die je moest hebben om vooraan te koersen. Slimme jongens begonnen hun auto’s op te peppen en eigen chassis te bouwen; het boek met reglementen kon het raam uit. Ook vele commerciele banen begonnen aanzienlijke verliezen te lijden, omdat de opbrengsten niet opwogen tegen de kosten. Het werd allemaal wat rooskleuriger voorgesteld dan wat het in werkelijkheid was. Overkoepelende organisaties vielen uiteen en fabrikanten dumpten hun gigantische productie voorraden bij supermarkten, pompstations en ijzerwinkels. Vele slot race winkels en – banen bleven met forse hoeveelheden onverkochte en overkoopbare kits zitten. De prijzen stortten in. Een 1/24 Monogram kit van een stock car devalueerde van 7,00 tot 1,99 Dollar. De doodskist was afgetimmerd.

Aan het eind van de slot race rage heeft Monogram nog getracht om ook met lexan modellen, waaronder die zogenaamde ‘Thingies’ een slag te slaan, maar het was tevergeefs, het doek was gevallen. Vele fabrikanten en racebanen gingen failliet en Monogram moest een flink verlies incasseren, wat nog enigszins beperkt bleef omdat zij veel (met name chassis en toebehoren) buitenshuis inkochten en niet zelf produceerden.

HOE NU VERDER:
Slotracing werd het toneel van gespecialiseerde bedrijfjes als Camen, Outisight, ProSlot e.d. Merken als Cox, Russkit, K&B, Riggen en Strombecker verdwenen van het toneel. Revell, AMT en Monogram konden aanvankelijk overleven dankzij hun modelbouw kits, maar de pijn was groot. Monogram werd overgenomen door Mattel, bekend van de Barbie poppen, en dat was toch wel het slechtste wat kon gebeuren. Mattel had geen enkele diepgaande feeling met modelbouw en het bedrijf werd geleid door een echtpaar dat als een dictatuur regeerde. De sfeer bij Monogram werd nooit meer dezelfde. Mattel had zich niet alleen verslikt in de modelbouw business waar ze geen bal verstand van hadden, ook andere nutteloze aankopen hebben het bedrijf financieel doen sneuvelen. Zodoende werd het een prooi voor investeerders die de zaak uiteentrokken en doorverkochten. Monogram is gaandeweg wel vier keer van eigenaar gewisseld en uiteindelijk samengevoegd met Revell. Wat Monogram ook stevig heeft gevoeld is de concurrentie uit Japan, die met merken als Hasegawa, Fujimi en Tamiya de wereld begonnen te veroveren met zeer goed afgewerkte kits.

MONOGRAM EN CLASSIC SLOTRACING:
De slot race artikelen en kits van Monogram die vanaf 1966 gedumpt en uit productie werden genomen zijn nu zeer verzamelbaar. Er is een verzamelaars markt ontstaan waar de prijzen soms huizenhoog gaan. Een mint 1/24 Chevrolet stock car kit in originele doos, die destijds voor 1,99 Dollar werd afgeschreven, doet nu zeker een koele 400 Euro.

Het beste van Monogram, de fijn gedetaillerde bodies, zijn nog even prachtig als in 1964. Liefhebbers van dit stuk slot race historie weten dat op zijn waarde te schatten. Zo zie je ze weer terug in het classic slot racen over de hele wereld; soms als volledig origineel object, soms voorzien van een eigenbouw of modern toepasselijk chassis en motor combinatie. Uiteindelijk kun je stellen dat de slot racers van Monogram heel mooi technisch speelgoed is geweest zonder overdadig race succes. Hoewel het plezier er niet minder om was.

Tot slot. Ik betreur dat het Monogram zo slecht is vergaan, de keuzes en beslissingen die men maakte om toch vooral mee te kunnen profiteren van de grote slot race rage waren niet echt rationeel. Als je langs de gehele collectie kijkt dan zie je dat men hap snap van de ene op andere tak sprong. Boxart wisselde elke drie maanden, sommige 1/32 modellen zoals de Lola GT, Cooper Ford en de Ferrari 250 GTO schreeuwden om een 1/24 versie, maar die kwamen helaas niet. En andersom werden een aantal 1/24 modellen niet als 1/32 of als static kit aangeboden. Het eens zo goed georganiseerde bedrijf heeft er zwaar onder geleden. Achteraf bezien had Monogram zich beter kunnen beperken tot de productie van slot race bodies, daar lag hun kracht en verder hun handen niet te branden aan de technische kant van de hobby. Schoenmaker blijf bij je leest!

Inmiddels zijn van een aantal oorspronkelijke 1/32 Monogram slot race modellen heruitgaves op de markt gekomen via MRRC en Revell/Monogram. Ook zijn diverse static kits door andere fabrikanten geherlanceerd, die als scratch build object dienst kunnen doen. Zoals gebruikelijk bestaan er ook een diverse Monogram kopieën die destijds in Japan, al of niet legaal, werden aangeboden.

Voor degenen die nog wat meer informatie willen of vragen hebben over Monogram slot cars. U kunt mij via de app bereiken. Ik heb een zeer uitgebreide Monogram databank, brochures en collectie met allerlei wetenswaardigheden.

Op Speed ’74 wordt het mooie modelbouw gebeuren van de zestiger jaren hoog gehouden en dankzij de vele deelnemers/verzamelaars op de baan gebruikt. Dat moet nooit verloren gaan.

door Gerrit Leemburg