Speed '74

The Indianapolis 500 – ‘Mister First in Line’

We kennen allemaal, neem ik aan, de beroemde Indy 500, een race die sinds 1911 met enkele onderbrekingen vanwege de 1e en 2e wereldoorlog wordt verreden; het grootste autosport spektakel in de VS. (sommige zeggen dat van de Daytona 500, maar dat beschouw ik als 500 mijl bumper kleven). Wat Mount Everest is voor bergbeklimmers, Wall Street voor zakenmensen en Hollywood voor filmsterren, is Indy voor autocoureurs. Een zege op Indy is een van de meest begeerde overwinningen in de wereld van de racerij. Maar het is niet alleen een race, het is een maand lang durend spektakel met show en tradities van echte Amerikaanse omvang. Het rennerskwartier heet Gasoline  Alley, overal Stars and Stripes, tire tests, speed tests, rookie tests, kwalificaties, carburation day, pole day, bump day, en op de dag van de race macheren de parades, doedelzakken en drumbands van allerlei pluimages af en aan. Dan is er de eer om de pace car te mogen leveren; welke fabrikant gaat het worden? Veel aandacht gaat naar het Amerikaanse leger en de veteranen, het wordt niet voor niets op de zondag voor Memorial Day gehouden. Het volkslied, ‘The Star Spangled Banner’ en natuurlijk het lied ‘Back home in Indiana’ worden gewaardeerd door de vele honderdduizenden toeschouwers. Dan gaat een enorme tros balonnen de lucht in en klinkt het: (sinds 1957) “gentlemen, start your engines”. Vervolgens barst het geweld los om de Borg Warner Trophy (ingesteld sinds 1936) te veroveren.

Een man genaamd Lawrence (Larry) Bisceglia, een automonteur uit Yuma – Arizona, was een autosport liefhebber in hart en nieren. Hij bezocht de Indy 500 voor het eerst in 1926, het jaar dat Frank Lockhart won in een Miller met een gemiddelde van krap 96 mph. In 1948 kreeg hij het idee om met zijn De Soto uit 1933 een paar dagen voor het evenement naar het circuit te gaan, om zodoende de eerste te zijn bij het toegangshek (‘first in line’).  Hij geloofde dat je dan gratis naar binnen mocht (wat niet waar bleek te zijn). Helaas, daar aangekomen stonden er al twee auto’s voor hem.

Dus in 1949 besloot hij om nog wat eerder te vertrekken, maar dit keer was hij nummer twee. In 1950 lukte het hem dan voor het eerst om ‘first in line’ te zijn. En dat heeft hij onafgebroken volgehouden tot 1985. Hij had niet voor niets de titel ‘Mister First in Line’. In 1955 werd de De Soto omgeruild voor een Chevrolet Panel Van in de kleur burgundy mist, en die auto werd gaandeweg beplakt met meer dan 100 autosport gerelateerde stickers.

Larry werd dermate beroemd in Indianapolis dat de organisatie hem vanaf 1958 een levenslange toegangskaart verschafte, ook kreeg hij symbolisch de sleutel van het hek en werd er speciaal voor hem een electra aansluiting vlakbij de toegang gerealiseerd om het wachten qua verzorging wat gerieflijker te maken. Larry woonde overigens zijn gehele leven in de auto’s die hij bezat.

In 1967 werd Larry opgeroepen om op pole day naar de startlijn te komen, daar kreeg hij namens Ford een gloednieuwe auto aangeboden, een Ford Econoline. Als tegenprestatie doneerde Larry zijn bestickerde Chevy aan het Indianapolis Speedway Museum, waar de auto sindsdien als expositie verblijft.

Vanaf 1980 ging Larry’s gezondheid gaandeweg achteruit en in 1986 was hij nauwelijks in staat om te gaan. De coureurs, onder leiding van Mario Andretti, hebben toen geld ingezameld om hem voor de rest van zijn leven per vliegtuig te laten overkomen. In 1987 was zijn laatste bezoek, dat was het het jaar dat Al Unser Sr. won in een March Cosworth met een gemiddelde van ruim 162 mph. Het record stond toen al op 170,7 mph, gevestigd het jaar daarvoor. In 1988 overleed Larry op 90 jarige leeftijd. Mister First in Line staat in het Guinness Book of Records.

Naschrift: een dergelijke passie voor de Indy 500 is ongekend. Wat voor een belevenissen  en zal Larry in zijn 58 visites onderweg, van en naar de Brickyard, allemaal hebben meegemaakt? En natuurlijk heeft hij een stuk Indy geschiedenis beleefd met triomfen, records en vreselijke tragedies. Hij heeft de (race)automobiel ontwikkeling van meer dan een halve eeuw aan zijn ogen voorbij zien komen. Legendarische Indy winnaars als Louis Meyer, Wilbur Shaw, Mauri Rose,  Bill Vukovich, Roger Ward, Parnelli Jones, A.J. Foyt, Jim Clark, Graham Hill, Bobby en Al Unser, Mario Andretti, Johnny Rutherford en vele anderen heeft hij bejubeld. Dit soort verhalen is eigenlijk geschikt voor een film, ik heb het script min of meer al in mijn hoofd. Iets dat lijkt op de legendarische passie van Burt Munro in de film: The world’s fastest Indian.
De link met het slotracen is ongetwijfeld het enthousiasme van Larry maar ook de vele auto modellen die gebruikt kunnen worden. Hieronder een collage van mogelijke kandidaten/kits, die geschikt zijn voor de front- of rear engined monoposto klasses van het Classic Slotracen. De history van de Indy 500 leeft ook voort in het Classic Slotracen!

Door Gerrit Leemburg